Ik zie handen die onzeker boven het toetsenbord hangen, ik zie vragende ogen, frustratie en een vleugje paniek. Hans schrijft een tekst. Dat wil zeggen, daar is hij vol goede moed aan begonnen, maar het wil niet erg vlotten. Ik vraag hem of ik kan helpen. Hans werpt me een geïrriteerde blik toe, alsof het mijn schuld is dat zijn scherm zich nog steeds niet heeft gevuld met letters en zinnen. Dan barst hij los: ’Ik weet het niet, ik ben al tien keer overnieuw begonnen. Het lukt niet, ik kan het niet.’

Vervelend voor Hans, maar het goede nieuws is dat het niet zo hoeft te gaan! Met een eenvoudig stappenplan kunt u veel frustratie en niet-gelukte teksten voorkomen.

Geeft antwoord op vraag 1 t/m 3 vóórdat u begint met schrijven:

  1. Voor wie schrijft u? Wie is uw doelgroep, wat is hun voorkennis?
  2. Wat wilt u vertellen? Als u zelf niet precies weet wat uw boodschap is, kunt u het ook niet helder verwoorden. Vraag u ook af wat uw doelgroep wil weten. U schrijft ten slotte voor hen, niet voor uzelf.
  3. Wat is een logische volgorde? Een tekst moet logisch geordend zijn. Lezers kunnen niet in uw hoofd kijken om uw gedachtegang te volgen. Leid ze dus stap voor stap door de tekst heen.

Ga nu schrijven. Gewoon beginnen, zonder u al te veel bezig te houden met de perfecte openingszin, eventuele spelfouten of andere afleidende zaken. Bijschaven kan altijd nog. Fouten verbeteren ook. Verkondig uw boodschap!

Als u klaar bent met de eerste, ruwe versie, gaat u schaven en kneden. Net zolang totdat u tevreden bent. Gebruik bij dit schaaf-proces de volgende checklist:

  1. Is de tekst in alinea’s verdeeld? Mensen haken massaal af als ze geconfronteerd worden met een onoverzichtelijke lap tekst. Verdeel de tekst daarom in korte alinea’s.
  2. Staan er fixatiepunten in de tekst? Uw lezer wil weten wat hij gaat lezen en dat wil hij bovendien snél weten. Zet een duidelijke titel boven de tekst en tussenkopjes boven de alinea’s. Het geeft de lezer duidelijkheid en houvast.
  3. Zijn de zinnen kort? Lange, ingewikkelde zinnen staan níet interessant en het betekent ook zeker niet dat je goed kunt schrijven!
  4. Zijn de zinnen actief en begrijpelijk? Vermijd zoveel mogelijk de werkwoorden ‘worden’, ‘zullen’ en ‘kunnen’ en vermijd jargon (tenzij u schrijft voor vakgenoten).
  5. Is de tekst foutloos? Gebruik de spellingscontrole! Laat uw tekst door iemand anders nalezen. Lees hem zelf ook na, bij voorkeur hardop.

Succes!